Historie

Historie-Rene-Wentzel

De zeehondenjacht is nu verboden, maar het jagen voor de pels, vlees en traan gebeurde in Nederland eeuwenlang, tot in de 20e eeuw. De jacht werd gesloten in 1962 en pas vanaf dat moment was een begin van herstel voor de zeehondenpopulatie mogelijk. Stopzetting van de jacht vond plaats op advies van Prof. Jan van Haaften, die concludeerde dat door een lage reproductie en een grote sterfte de populatie daalde tot een dramatisch dieptepunt. Verontreiniging door PCB’s, de toename van verstoring door beroepsvaart en watertoerisme werden als oorzaak gezien. Toch ging de jacht in de Duitse en Deense Waddengebieden nog een aantal jaren door. In Zuidwest-Nederland heeft de uitvoering van de Deltawerken ook geleid tot verstoring en verkleining van het leefgebied van de gewone zeehond.

Opvang van zeehonden is er altijd geweest. Er zijn verhalen bekend van boeren en vissers die een huiler mee naar huis namen en het dier met melk probeerden groot te brengen. Helaas ging dat meestal mis.

In 1961 begon René Wentzel, gemeentesecretaris te Uithuizen, met de opvang van moederloze zeehonden. Hij maakte een badje in zijn achtertuin en zocht naar technieken om de jonge zeehonden zo goed mogelijk te verzorgen en te voeden.

René Wentzel was de eerste die er van uitging dat alle opgevangen zeehonden weer vrijgelaten moesten worden, ondanks het feit dat er op dat moment nog steeds gejaagd werd. Voor hem betekende opvang geen leven in gevangenschap, maar tijdelijke verzorging tot een dier zichzelf weer kon redden. Daarin was hij de eerste in de wereld. Hij was ook de eerste die gebruik maakte van vispap: gemalen vis, vermengd met water. Met een slang en trechter werden zo de zeehonden gevoerd. Bijzonder is dat René Wentzel vanaf de eerste zeehond alles heeft opgeschreven. Omstreeks dezelfde periode begon Gerrit de Haan van het Texels Museum op Texel ook met de opvang van zeehonden. Diens activiteiten mondden later uit in het Texelse EcoMare.

Toen de vrouw van René Wentzel overleed, werd Lenie ’t Hart, die toen al regelmatig vogels bracht, gevraagd om de opvang van zeehonden over te nemen. Dat wilde ze wel, maar omdat haar zoontje toen drie jaar was, besloot ze te beginnen in haar eigen achtertuin, zodat ze meteen een oogje op de kleine Pieter kon houden. René Wentzel had haar verteld “dat ze alleen in de zomer een paar huilers kon verwachten”, maar in december 1971 kreeg ze een telefoontje van Rijkswaterstaat: ze hadden bij de werkzaamheden aan het Lauwersmeer een grote zeehond aangetroffen. Lenie reed er in haar Citroën CV heen. “Daar ligt ie”, zeiden de stoere mannen. Maar Lenie liet zich niet kennen en sloeg de zeehond onder de arm. In haar achtertuin groef ze een wasteil in, waar ze deze eerste zeehond verzorgde. Vanaf het begin heeft ze Wentzel’s uitgangspunt overgenomen dat ieder dier een tweede kans verdient en dat iedere opgevangen zeehond weer terug gaat naar zee.

Omdat Lenie alle gegevens van alle zeehonden heeft opgeschreven, is er een unieke database ontstaan, waarin vanaf 1971 in totaal meer dan 16.400 strandingen en 7.800 opgevangen zeehonden zijn geregistreerd. Tal van wetenschappelijke publicaties zijn op deze gegevens gebaseerd. Onder Lenie’s leiding is de Zeehondencrèche uitgegroeid tot een internationaal instituut. Lenie heeft een wereldwijd netwerk opgebouwd van experts en vrijwilligers.

In 2013 suggereerde Lenie dat het beter zou zijn als het EHBZ-team in Zeeland met een eigen opvang zou beginnen. Dat zou kortere reistijden, minder stress en dus betere kansen voor de in Zeeland gevonden dieren betekenen. Dat heeft in 2014 geresulteerd in de oprichting van Stichting A Seal te Stellendam, Zeehondenopvang Terschelling en Zeehondenopvang Eemsdelta in Termunterzijl.

Stichting Zeehondenopvang Eemsdelta zal dit voorjaar een opvang gaan openen aan de Schepperbuurt 4a, op camping Zeestrand in Termunterzijl. Een kleinschalige opvang die plaats zal bieden aan 8 tot 12 dieren.